Artikel
Businessmodel voor een energielandschap
Project uit de praktijk
In het Mooi-Nederland-project ‘Mulligen Premium Green’ heeft Stichting Landgoed Mulligen onderzocht of een nieuw arrangement kan worden getroffen waarin landschapskwaliteit en locale economische functies elkaar versterken. Eén aspect van het arrangement betreft de inzet van snoeihout uit landschapsonderhoud voor duurzame energie. Doel van het deelonderzoek waarin KplusV participeerde, was het aantonen van de haalbaarheid van energieproductie uit landschapshout in een locale keten(organisatie) van agro- en recreatiebedrijven en terreinbeheerders.
Concreet luidde de vraagstelling: Hoe ziet een businessmodel voor de landschapsenergieketen eruit die tot een positieve kosten/baten-analyse voor de te betrekken locale en eventuele bovenlocale actoren leidt?
Aanpak
De hypothese van het onderzoek was, dat betrokkenheid van locale actoren én economische haalbaarheid van de keten elkaar wederzijds versterken.
Interviews en actor-analyse boden inzicht in hoe de verschillende partijen (terreineigenaren, warmtevragers, groenbeheerders) staan tegenover de ontwikkeling van een lokale landschapsenergieketen. Voor de energieproductie is daarbij de focus komen te liggen op het (veelal achterblijvende) tak- en tophout.
Vervolgens hebben we gekeken naar de inrichtingsmogelijkheden voor de keten, met onderscheid naar verschillende landschapselementen, wijze van beschikbaar komen van tak- en tophout (diffuus of geconcentreerd) en wijze van aanlevering (takken of snippers).
Op basis van referentieprojecten met snoeihoutgestookte houtkachels zijn do’s en don’ts geïnventariseerd. Gekoppeld aan de voorgaande stappen leidden deze tot een aantal uitgangspunten voor de locale keten, op het gebied van terreinbeheer, logistiek en de exploitatie van de houtkachel.
Uiteindelijk hebben we een drietal businessmodellen voor een landschapsenergieketen opgesteld, met gradaties in scope en complexiteit van de ketenorganisatie: model ‘goodwill’, model ‘participatie’ en model ‘integratie’.
Resultaat en vervolg
Het businessmodel dat als voorkeursvariant naar voren kwam is dat van participatie van ketenactoren in een houtsnippercoöperatie, waarbij terreinbeheerders een financieel belang hebben in de exploitatie van de houtkachel. Los van (beperkte) zakelijke voordelen ten opzichte van de bestaande situatie, kan hiervan een verbindende werking uitgaan.
Prettige bijkomstigheid is dat het potentieel aan tak- en tophout in het gebied voldoende is om een houtkachel van voldoende omvang voor rendabele locale warmtebenutting te voeden.
Stichting Landgoed Mulligen draagt de resultaten van het onderzoek momenteel over aan actoren die mogelijk initiatief willen nemen voor de coöperatie.
Op basis van het onderzoek kunnen we een aanbeveling doen voor gemeenten als groenbeheerder en beleidsmaker op vlak van duurzaamheid. Instandhouding van (de kwaliteit van) landschapselementen –vooral op kleinere particuliere terreinen– is een punt van zorg en een locale ketenorganisatie kan hierin verbetering brengen. De benadering sluit aan bij die van sociale coöperaties.
Ook een meedenker of ondersteuning nodig?
Speelt uw gemeente of organisatie ook met vragen of doelstellingen omtrent het realiseren van duurzame energie uit verbeterd landschapsbeheer ? Neem dan gerust contact op met Ben Jeroense of Albert Bakker, telefoon (026) 355 13 55.
