Artikel

Skien_en_samenwerking_colum_MarkLeemans

Column: Over skiën en samenwerking

Mark Leemans over intergemeentelijke samenwerking

Er zijn twee dingen moeilijk in dit land – vertelde mijn oud directeur bij gemeentelijke opdrachtgevers altijd – namelijk samenwerken en skiën. Met de komst van indoorhallen en borstelbanen wordt skiën in Nederland een stuk makkelijker. Samenwerken tussen gemeenten daarentegen lijkt nog het meest op leren snowboarden: opstaan, maar vooral heel veel vallen.

Als ervaringsdeskundige wil ik iedereen die wat moeite heeft met samenwerken een paar tips geven om zonder al teveel inspanning iedere poging tot samenwerking effectief te frustreren.

Tip 1: ik wil wel, maar…
Dit is een effectieve strategie waarmee jezelf ongeschonden blijft en de schuld voor het niet lukken van de samenwerking bij een ander legt. Bent u bestuurder, geef dan aan dat het draagvlak onder de ambtenaren ontbreekt. Als medewerker gooi je het op de bestuurders die de gemeentelijke autonomie zo belangrijk vinden. Andere dankbare groepen om met de beschuldigende vinger naar te wijzen zijn bijvoorbeeld  de ondernemingsraad, bewoners en belanghebbenden.

Tip 2: roep de hulp van financiën in
Bij samenwerking gaat de kost voor de baat uit. Het is een peulenschilletje voor een beetje financieel adviseur om zo te goochelen met cijfers dat elk potentieel financieel voordeel van samenwerking teniet wordt gedaan. Termen als niet-afbouwbare overheadkosten, frictiekosten, afkoopsom van de ambtelijke status en boekwaarde versus werkelijke waarde, doen het in dit verband prima. Ook het in het allerlaatste stadium aangeven dat het cijfermateriaal dat is aangeleverd toch niet accuraat blijkt te zijn, is redelijk effectief om de samenwerking te saboteren.

Tip 3: gebruik voorbeelden
Een beetje adviseur die wordt ingeschakeld om de samenwerking te begeleiden komt met een aantal halleluja verhalen van gelukte samenwerking elders uit het land. Vraag dan eerst wat de samenwerking heeft opgeleverd (met name in financiële zin) en of dat onafhankelijk onderzocht is. Zorg vervolgens dat je een aantal voorbeelden paraat hebt van samenwerkingstrajecten die niet gelukt zijn (een beetje rondvragen op een congres levert genoeg stof op). Als je dat gedaan hebt, is er weer voldoende energie weggelekt en kun je weer rustig achterover gaan hangen.

Tip 4: kwaliteit en serviceverlening
Zijn de vorige tips nog niet effectief genoeg: gooi het dan over de boeg van kwaliteit en serviceverlening. Door samenwerking wordt alles groter en onpersoonlijker, het komt op meer afstand te staan van de burger, de lokale binding wordt minder, de zeggenschap van de gemeente gaat achteruit, enzovoorts, enzovoorts. Blijf benadrukken dat je persoonlijk wel voor samenwerking bent, maar dat je voor anderen (zie tip 1) een sluitend bewijs vooraf nodig hebt dat de kwaliteit en serviceverlening niet achteruit gaan. Ook leuk: je hebt gehoord dat er sprake is van minder kwaliteit/hogere kosten in de buurgemeente. Hoe wordt hier in de samenwerking mee omgegaan?

Tip 5: de vlucht naar voren
Niet geheel zonder risico’s maar wel een ontzettend leuke strategie om de samenwerking op te blazen. Probeer de samenwerking consequent groter te maken: betrek meer partijen en breid het aantal taken voortdurend uit. Kortom creëer een zichzelf opetend monster! Pas op: samenwerkingsverbanden tussen twee of drie gemeenten op één taakveld met enige omvang maken de meeste kans van slagen. Zorg dat op dat moment meer gemeenten aanhaken en ga het ook over meer taken hebben. Waarom pakken we de mid-office en frontoffice taken ook niet mee? De externe adviseur zal het prima vinden: zijn budget neemt alleen maar toe. De kans dat de samenwerking implodeert gelukkig ook.

Wil je wel echt samenwerken. Spreek dan af in een indoorskibaan met je toekomstige partners en vertel dat als we kunnen skiën in ons platte landje, samenwerken toch ook mogelijk moet zijn.

Meer weten over samenwerking? Download ons uitgebreide Essay Intergemeentelijke samenwerking met onze visie op samenwerking, praktijkvoorbeelden en handige beslismodellen.

Print Referenties