De chemie heeft de laatste jaren fors gesneden in onderzoeksafdelingen. De 'koppelbaas' tussen universiteiten én bedrijf (innovatie) viel daarmee weg. Wat betekent dat voor samenwerking en kennisvalorisatie? Maarten van Gils, nu werkzaam bij KplusV, promoveerde op dit onderwerp (te downloaden). |
![]() |
Innovatie zonder langetermijn-onderzoek?
Door toenemende internationale concurrentie en dalende prijzen zagen chemische bedrijven zich genoodzaakt om fors te snijden in hun onderzoeksafdeling. Daarmee kwam de ontwikkeling van nieuwe kennis, de basis voor innovatie, echter ook in het geding. Omdat universiteiten kennisontwikkelaars zijn bij uitstek, wordt samenwerking gezien als dé oplossing.
Maarten van Gils van KplusV deed in het kader van zijn promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit onderzoek naar hoe deze samenwerking georganiseerd moet worden en rapporteerde zijn bevindingen in het proefschrift 'The organization of industry-science collaboration in the Dutch chemical industry'.
"Het 'gat' is op te vangen"
Een gevolg van het wegvallen van de 'koppelbaas' in chemische bedrijven heeft ervoor gezorgd dat samenwerking meer dan ooit te voren maatwerk is geworden. Waar eerder de onderzoeksafdeling fungeerde als centrale plek voor kennisoverdracht, gebeurt dat nu op meerdere plekken binnen de bedrijven. Van Gils ziet dat niet als een probleem. "Nee, zolang de organisatie van de samenwerking maar wordt afgestemd op het type project en benodigde kennis zal de samenwerking naar behoren verlopen. Ik heb daar een model voor ontwikkeld. Simpel, maar goed toepasbaar."
Is het echt zó eenvoudig?
Niet helemaal, Maarten van Gils kon tijdens het onderzoek een gedetailleerd overzicht maken van hoe je een en ander kan aanpakken. " Belangrijk is dat je realistisch bent over wat je kunt verwachten van de samenwerking. Wat realistisch is hangt bijvoorbeeld af van op welk 'punt' je zelf in het innovatieproces zit."
Hoe bedoel je?
"Neem de grote consortia waarin universiteiten, kennisinstellingen en bedrijven samen kijken naar langetermijn-ontwikkelingen en elkaar op hoofdlijnen proberen te vinden. Snuffel je daar als bedrijf voor het eerst aan een bepaald onderwerp of is het een onderwerp dat intern al een plek heeft? In het eerste geval moet je aan het eind van het project waarschijnlijk concluderen dat je voornamelijk de spelers op dat gebied hebt leren kennen; in het laatste geval kan je de wetenschappelijke kennis intern ook toepassen en haal je er nhoudelijk dus ook veel uit."
Voor meer informatie kunt u bellen met KplusV en vragen naar Maarten van Gils, telefoon 026 355 13 55.
![]() |
| 9 september 2010 |