Artikel

Minister Schultz zet in op andere regels binnenvaart

Minister Schultz zet in op andere regels binnenvaart

Onderzoek KplusV veiligheidseisen Binnenvaart Rijn

Binnenvaartschepen op de internationale Rijn moeten voldoen aan technische (veiligheids)eisen (internationale regelgeving). Een aantal voorschriften kent een overgangstermijn waarna álle schepen hieraan moeten voldoen. KplusV deed in opdracht van het ministerie van I&M onderzoek naar de gevolgen hiervan. Minister Schultz bespreekt de problematiek nu op internationaal niveau.

Doel van het onderzoek
In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft KplusV onafhankelijk onderzoek gedaan naar de gevolgen van het aflopen van deze overgangstermijnen. Dit is gedaan door middel van een probleem- en gevolganalyse, met aandacht voor (onder meer):

  • knelpunten ten gevolge van de overgangsbepalingen;
  • beschikbare (technische) alternatieven voor overgangsbepalingen;
  • de gevolgen voor het Nederlands binnenvaartvervoer over de Rijn: voor zowel de ondernemers als Nederlandse binnenvaartsector in totaal.

Minister Schultz en de onderzoeksresultaten
De minister heeft haar reactie op het rapport ‘Plan van aanpak Klein Schip, een nieuw perspectief voor de FlexFleet’ onlangs aangeboden aan de Tweede Kamer. Zij geeft daarin aan dat ze de resultaten uit het onderzoek van KplusV op korte termijn aanhangig te maken bij de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR). Samen met andere CCR-lidstaten wil zij bezien of er alternatieven mogelijk zijn voor met name de overgangsbepalingen die hoge kosten met zich meebrengen.

De belangrijkste conclusies uit het onderzoek:

Onduidelijkheden en knelpunten
Voor delen van de bestaande regelgeving is het voor zowel de binnenvaartsector als voor experts niet altijd duidelijk wat het veiligheidsdoel is. Dit zorgt ervoor dat de mate van naleving van deze regels kan achterblijven, doordat naleving sterk afhankelijk is van de perceptie bij ondernemers (de onderneming behorend bij het schip) over het nut en noodzaak (en dus het veiligheidsdoel) in relatie tot de kosten van naleving. Daarnaast maakt het ontbreken van een duidelijk veiligheidsdoel van de regel het lastig om gelijkwaardige alternatieven te bedenken.

Beschikbare alternatieven
Voor de bepalingen ‘voorschip met ankernissen’ en ‘plaats van het aanvaringsschot’ (van toepassing na 2035) heeft dit onderzoek twee (mogelijke) alternatieven opgeleverd die kunnen leiden tot een besparing van € 30.000 tot € 50.000 voor bepaalde individuele schepen. Het ontbreken van een duidelijk omschreven doel per overgangsbepaling maakt het lastig om alternatieven te vinden (zonder het veiligheidsniveau tekort te doen) voor andere knellende bepalingen.

Hoge golven voor de Nederlandse binnenvaartondernemer?
De verwachting – op basis van dit onderzoek – is dat vanaf 2015 een deel van de schippers met schepen van de klassen I en II door de overgangsbepalingen versneld de onderneming zal beëindigen. Ondernemers met een schip in de klasse IV en hoger en de meeste ondernemers met een schip in de klasse III zijn (vanwege hun marktpositie en bedrijfseconomische potentie) waarschijnlijk in staat knelpunten op te vangen.

Het versneld beëindigen van de onderneming moet worden bezien in de bredere context van de sector binnenvaart. Er is in de sector namelijk sprake van natuurlijk verloop als het gaat om de toekomst van binnenvaartondernemingen. Het is een redelijke verwachting dat het grootste deel van de ondernemers met een schip in de klassen I (250 tot 400 ton) en II (400 tot 650 ton) de onderneming zullen hebben beëindigd tegen het jaar 2025. Dit is mede bepaald op basis van de geschatte demografie van deze doelgroep, de leeftijd van de scheepsmotoren in relatie tot de boekwaarde van de schepen en de eisen aan de luchtkwaliteit.

Blijft het Nederlandse binnenvaartvervoer op koers?
De gevolgen voor het Nederlandse vervoer per binnenvaart kunnen (indicatief) bestaan uit een uitval tot maximaal 1,5 miljoen ton goederen per jaar in 2022. Dit kan op macroniveau gezien worden als een zeer klein gevolg, namelijk 1% van het totale binnenvaartvervoer in Nederland.

Verwacht wordt dat bedrijven – die in het kader van hun product een voorkeur hebben voor binnenvaart – op zoek gaan naar alternatieven wanneer aanbieders wegvallen (bijv. bedrijfsverplaatsing naar grotere vaarwegen of het aangaan van vaste contractrelaties).

Klik hier voor de managementsamenvatting onderzoek Overgangsbepalingen binnenvaart Rijn

Meer info?
Wilt u meer informatie over dit onderzoek of over andere onderzoeken door KplusV rond toezicht en/of veiligheid? Dan kunt u contact opnemen met Viola van Guldener, telefoon (026) 355 13 55.

Print Referenties