Artikel

revolving fund revolverend fonds

revolverende fondsen: gouden ei of windei?

Valkuilen en dus sleutels voor een succesvol fonds

Revolverende fondsen kunnen dé oplossing zijn om innovatie in het MKB te stimuleren, maar het gevaar van grote verliezen ligt om de hoek. Je bereikt het multipliereffect van ‘iedere innovatie-euro terugverdienen’ alleen als je het op een gezonde manier aanpakt. Wat zijn dé valkuilen en daarmee dé sleutels voor een succesvol terugverdienmodel?

Auteur: Joris Kok, directeur van KplusV
(KplusV is koploper in begeleiding van technostarters in Nederland)

Fondsbeheer gericht op innovatie is een vak, een professie die de overheid op dit moment vreemd is. Niet voor niets dat in de huidige kabinetsplannen rond dit item vooral wordt geleund op de vakkennis van externe partijen. Maar bij de inrichting en uitvoering is externe expertise van minstens even groot belang.

Diverse overheden (met name provincies) hebben via revolverende fondsen in korte tijd al honderden miljoenen euro ingezet. Veel vragen rond de werking ervan kennen echter nog geen antwoord. Bijvoorbeeld: in welke vorm wordt het geld verstrekt: kredieten, participaties of garanties? wat is de periode van geldverstrekking en terugbetaling? Gaat het om financiering of medefinanciering?

Ook niet onbelangrijk: de democratische controle op de fondsen is (nog) onduidelijk. Het gaat veelal om maatschappelijk kapitaal, deels verworven door grote aandelentransacties van de overheid bij de verkoop van regionale nutsbedrijven. De overheid zet dit geld nu met revolverende fondsen in als maatschappelijk durfkapitaal. De overheid is dan betrokken bij commerciële beslissingen, denkt mee met het aangaan van strategische partners, etc. Maar waar liggen de grenzen van deze overheidsbemoeienis? Hoe wordt verantwoording afgelegd, op welke manier en door wie wordt democratische controle uitgeoefend rond de fondswerking, de rol van de overheid, de financiële en economische resultaten, maar ook wellicht de maatschappelijke verliezen?

Daarbij verhoudt het huidige deelnemingenbeleid van de overheid zich moeizaam tot inzet van revolverende fondsen. De overheid wil juist de financiële risico’s in het huidige beleid beteugelen als gevolg van slechte voorbeelden van beleggingsincidenten bij de overheid. Denk aan de commissie De Wit die de verhoren net achter de rug heeft en provincie Noord-Holland met Icesave-affaire.

Gezien de geschetste lacunes die revolverende fondsen nu tekenen, lijkt de overheid met inzet van dit middel te kunnen afsteven op grote verliezen en forse kritiek. Toch kan het juist ook dé manier zijn om de economie een boost te geven met verantwoorde stimulansen voor innovaties door het MKB. De komende vijf aandachtspunten mogen door de overheid worden ingevuld, om de gevaren die om de hoek liggen, te pareren en van revolverende fondsen zeer zinvolle instrumenten te maken die een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het versterken van onze economie.

  1. Politiek-bestuurlijk legitimiteit is noodzakelijk over a) de fondsstrategie b) de governance en organisatie en c) de werking en uitvoering.
  2. De strategie, de organisatie en de uitvoering van het fonds moeten congruent zijn en elkaar ondersteunen.
  3. Het toezicht en democratische controle vragen om intensivering en aanpassing in processen en procedures.
  4. Revolverende fondsen maken onderdeel uit van een groter ecosysteem van innovatie. De overheid moet meedoen in allianties gericht op innovatie en waarbij de 4 O’s betrokken zijn. Revolverende fondsen voegen dan iets toe.
  5. De organisatie en de uitvoering van het fonds op afstand van de overheid. De overheid is geen ondernemer en moet dat ook niet willen zijn.

Contact
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Joris Kok, telefoon (026) 355 13 55.

Print Referenties