Q&A webinar Van Afval naar Circulair

Vragen en antwoorden

Feiten en cijfers

22/02/2021

Tijdens ons webinar ‘Van Afval naar Circulair’ van 11 februari 2021 zijn veel vragen via de chat gesteld. Hieronder een overzicht van een aantal vragen en de antwoorden.

De vragen van de deelnemers zijn beantwoord door Marijn Teernstra (Rijkswaterstaat), Robert Corijn (Attero), Corina Hendriks (ROVA) en mijzelf, Albert van Winden.

Zijn de resultaten van de het onderzoek naar PMD inzamelresultaten (vervuiling en zuiverheid versus inzamelsysteem) openbaar?

Ja, het rapport is van dit onderzoek is terug te vinden in de VANG-HHA kennisbibliotheek: Samenstelling ingezameld kunststof/PMD verpakkingen – het effect van inzamelsystemen – VANG Huishoudelijk afval (vang-hha.nl). In 2020 zijn de data uit dit onderzoek gecombineerd met de data uit het kostenonderzoek bronscheiding PMD, op basis hiervan is een interactieve digitale tool voor gemeenten gemaakt. De tool en bijbehorende informatie over samenstelling, hoeveelheid en kosten PMD is hier te vinden: Onderzoek kosten en samenstelling PMD en interactieve zelfbeoordelingstool – VANG Huishoudelijk afval (vang-hha.nl)

Als de subsidie voor de PMD-fractie wegvalt, zal de noodzaak voor scheiden afnemen…. Dus hoelang is dit systeem nog houdbaar?

In Nederland wordt gebruik gemaakt van een systeem van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor verpakkingen. Dit houdt in dat producenten en importeurs voor elke op de markt gebrachte verpakking een financiële bijdrage leveren om materiaalhergebruik van verpakkingen mogelijk te maken. Hieruit komt de inzamelvergoeding PMD voort. Het hanteren van UPV-systeem voor verpakkingen staat momenteel niet ter discussie. De afspraken rondom vergoedingen aan gemeenten zijn wel aan een looptijd gebonden en worden periodiek opnieuw vastgesteld. Het is echter niet zo dat na deze looptijd (de huidige overeenkomst loopt tot 2022) er geen vergoeding meer zal zijn, maar deze zal wel opnieuw vastgesteld moeten worden.

Hoe kun je toe naar een financiële prikkel naar de consument, dat kwalitatief goede afvalscheiding leidt tot lagere heffingskosten? Als je minder energie gebruikt, merk je dat ook aan je rekening.

Een directe prikkel lijkt lastig uitvoerbaar, omdat dan op niveau van huishouden moet worden vastgesteld wat de kwaliteit van de afvalstromen is. Naast veel werk is dit waarschijnlijk ook lastig objectief te meten. Een indirecte prikkel om kwaliteit te verbeteren zou gezocht kunnen worden op het niveau van inzamelsystemen. Van diftar-systemen is bekend dat de afvalstoffenheffing over het algemeen lager is. Uit onderzoek naar de samenstelling van PMD is recent ook gebleken dat de kwaliteit zelfs iets beter is in diftar-gemeenten.

Kan je bij diftar ook in hoogbouw de kwaliteit behouden, als je daar GFT ook apart inzamelt?

Er bestaat helaas (nog) geen uitgebreid onderzoek naar de relatie tussen inzamelsystemen en de kwaliteit van gft-afval. Gezien het onderzoek naar de samenstelling van PMD waaruit bleek dat ook in hoogbouwwijken met diftar de samenstelling van het PMD voldoende was, zou geredeneerd kunnen worden dat dit ook geldt voor gft-afval. Voor meer informatie over het inzamelen van gft-afval in de hoogbouw is het onderzoek ‘Afvalscheiding in de hoogbouw’ interessant: Verbetering afvalscheiding in de hoogbouw – Afval Circulair

Hoe kan preventie en hergebruik lokaal gefinancierd worden als afvalstoffenheffing primair voor inzameling is bestemd? Worden hier acties voor genomen?

In de afvalstoffenheffing is inderdaad slechts beperkt ruimte voor preventie en hergebruik, aangezien de afvalstoffenheffing bedoeld is om de inzamelplicht voor huishoudelijk afval te financieren. Met andere woorden: als het om ‘afval’ gaat, hoort het in de afvalstoffenheffing. Preventie en (product)hergebruik hebben juist tot doel om te voorkomen dat afval ontstaat en hebben daarom juridisch gezien geen plek in de afvalstoffenheffing (want: geen afval). Uitzondering is ‘voorbereiding voor hergebruik’; dan gaat het namelijk over afvalstoffen die gereinigd/gesorteerd/licht gerepareerd worden en dan weer hergebruikt.

In de doorontwikkeling van het VANG-programma krijgen preventie en hergebruik een prominentere rol. Op dit moment wordt nog over nagedacht hoe dit precies vorm gaat krijgen, wat de rol voor gemeenten kan zijn, hoe een en ander gemonitord kan worden, etc. De financiële aspecten voor gemeenten staan hierbij ook op de agenda.

Waar is de rol van de consument in de keten? Die moet worden aangespoord om het gedrag aan te passen zodat de kwaliteit beter wordt.

De rol en het gedrag van de inwoner is van groot belang voor het verbeteren van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. ROVA hanteert het uitgangspunt dat de meeste inwoners het goed doen en willen doen; een kleine groep vervuild grondstoffen bewust. Door gerichte inzet van communicatie, acties, afvalcoaching (of beter gezegd: grondstoffencoaching) proberen wij de inwoner te stimuleren tot beter afvalscheidingsgedrag. Het is niet altijd makkelijk om de inwoner te bereiken. In een wereld waarin mensen veel informatie op zich af zien komen en afval een low interest onderwerp is, is het lastig om de aandacht op goed afvalscheiden te krijgen. Bij #Terugwinnaars trachten we in onze communicatie zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de belevingswereld van inwoners. Wat vinden zij belangrijk?

Wegen de kosten van een voorscheidingsstap bij de verwerkers niet op tegen de kosten van een voorloper met digitale vastlegging zoals bij ROVA?

Er zijn verschillende momenten in de keten waarop vervuiling kan worden verwijderd uit een grondstoffenstroom, bij o.a. de inwoner, de overslagen, bij de verwerkers. ROVA kiest bewust voor bronscheiding en daarmee ook verbetering van de aangeboden grondstoffen aan de bron, d.w.z. bij de inwoner. Voor het type gemeenten waarvoor ROVA inzamelt, levert bronscheiding een hoger milieurendement op tegen lagere kosten. Investeren in communicatie en voorlopers weegt hiermee op, vooral op de middellange termijn, tegen nascheiding.

Hoe krijg je bestuur van gemeenten mee? Snappen gemeenteraden en colleges wat de mogelijkheden zijn? Moeten besturen beter geïnformeerd worden? Wat zijn jullie ervaringen?

Voor veel besturen en raden in ROVA-gemeenten staat circulariteit en duurzaamheid hoog op de agenda. Met het behalen van de VANG-doelstellingen bij meer dan 80% van onze gemeenten, zijn besturen en raden op zoek naar ‘de volgende stap’. #Terugwinnaars past daar goed in. In 2020 hebben we de aanpak uitgevoerd in vier gemeenten. Voor aankomend jaar staan weer vier gemeenten op het programma.

Hoe gaat ROVA om met de privacy bij hun adrescontrole?

De Voorlopers van ROVA registreren geen persoons- en adresgegevens. Registratie van vervuiling vindt plaats per container, op buurt en wijkniveau waarbij de registratie niet herleidbaar is tot personen of adressen. Indien een gemeente wenst te verbaliseren, dan wordt hiertoe een handhaver ingezet met bijhorende bevoegdheden.

Kun je als ROVA al iets delen over de resultaten / ROI, kosten en baten van het programma Terugwinnaars? Heeft het al besparingen opgeleverd?

In de gemeenten waar we de aanpak #Terugwinnaars in 2020 hebben uitgevoerd zien we dat ongeveer 15 procent van de inwoners uit de controlegebieden hun PMD beter zijn gaan aanbieden. De (positieve) financiële gevolgen hiervan worden nu (na afsluiting van het jaar) in kaart gebracht.

Hoe koppelen jullie gegevens over vervuiling aan gemeenten terug? Beschikken gemeenten over voldoende gegevens om te sturen op kwaliteit of blijven deze gegevens bij de verwerkers liggen?

Voor wat betreft PMD: Binnen het Platform Keten Optimalisatie (PKO) hebben VNG, Afvalfonds en het Ministerie afgesproken dat PMD-afval maximaal 15 procent vervuiling mag bevatten. Bij Attero wordt iedere vracht visueel gecontroleerd. Bij afkeur worden de bevindingen in een speciaal ontwikkelde app (Capptions) door de acceptant vastgelegd. Deze bevindingen worden gedeeld met de aanleverende partij (gemeente, samenwerkingsverband of VPKT). In de praktijk is het echter zeer moeilijk om visueel te bepalen of een vracht PMD-afval meer of minder dan 15 procent vervuiling bevat. Daarom worden er bij Attero met redelijk hoge frequentie steekproefsgewijs ad random vrachten geselecteerd voor een uitgebreide analyse. Deze analyse houdt in dat de vracht handmatig wordt gesorteerd en de verontreinigingsgraad wordt vastgesteld, ook deze gegevens worden teruggekoppeld naar de aanleverende partij. Zodoende krijgen gemeenten die bij Attero aanleveren een heel goed beeld van de vervuiling op basis van werkelijke samenstellingsanalyses van het aangeleverd materiaal. Tenslotte wordt in de maandelijkse rapportage de gewogen gemiddelde verontreinigingsgraad vermeld.

In Nederland ontbreekt het momenteel aan een uniforme manier van accepteren van PMD-afval. Gezien het feit dat het onmogelijk is om visueel PMD-afval op 15 procent vervuiling te beoordelen en de gemiddelde vervuiling van Nederlands PMD-afval ver boven de 15 procent ligt wordt er in de praktijk bij overslaglocaties en sorteerders gewerkt met alle mogelijke acceptatiesystemen en worden vrachten met meer dan 15 procent niet op alle locaties afgekeurd, zoals dat in PKO is afgesproken. Hierdoor krijgen we in Nederland geen inzicht in werkelijke resultaten en ontstaat er ook een ongelijk speelveld voor sorteerders. Een uniform beleid en herziening van de kwaliteitsnorm van 15 procent binnen PKO is dan ook een ‘must’. Het doel zou moeten zijn om de vervuiling bij ingezamelde stromen terug te dringen op basis van bewezen best-practices en geen PMD-afval met >15 procent vervuiling af te keuren, maar de additionele kosten door de toename in vervuiling financieel te laten verrekenen tussen de sorteerder en gemeente.

Voor wat betreft GFT: voor GFT geldt dat Attero op alle locatie nu ook actief de Capptions app aan het implementeren is. Dit houdt in dat we actiever de aangeleverde kwaliteit gaan monitoren en terugkoppelen richting aanbieders. Daarnaast zijn er nu aanbestedingen geweest waarbinnen er in samenspraak met de gemeenten een monstername en analyseprotocol is. Deze resultaten worden bepaald voor het vaststellen van de gemiddelde verontreinigingsgraad op basis waarvan de tariefstelling wordt bepaald.

Ook over deze resultaten is contact met gemeenten met onder meer als  doel de herkomst (inzamelroute) van de verontreinigingen te bepalen zodat hier maatregelen kunnen worden getroffen.

Verwerkers verwijzen graag naar gemeenten, maar hoe kan ik als inzamelaar met zijladers de verontreiniging in een complete woonwijk voorkomen? Soms is een container vol verontreiniging genoeg om een hele vuilniswagen te verontreinigen.

Het meest effectief is uiteraard om te voorkomen dat deze container überhaupt in de auto wordt gelost. Dit kan door in bepaalde wijken waar kwaliteitsrisico een issue is te werken met zogenaamde voorlopers. Zij controleren middels een quick scan (visueel en gewicht) de containers en selecteren de container met een niet acceptabele kwaliteit welke niet geleegd moeten worden. Daarnaast heb ik begrepen dat er ook mogelijkheden zijn om de zijlader zodanig af te stellen dat deze bij een bepaald gewicht van de container (wat een indicator is voor de mate van verontreiniging) de container niet ledigt.

"Zonder willen, wordt kunnen nooit doen!"

drs. ing. Albert van Winden

06 143 076 49

Waar staat KplusV voor?

Samen met onze klanten creëren wij innovatieve oplossingen voor vraagstukken die er maatschappelijk en economisch toe doen. We initiëren, adviseren en realiseren. Altijd onafhankelijk, gedreven en inspirerend. Onze kracht schuilt daarbij in onze aanpak: een stevige mix van bedenken, verbinden en doen.