Waar moet al dat afval heen?

Tariefontwikkelingen en trends in de afvalverwerkingsindustrie

KPLUSV onderzoekt

30/10/2015

Dit jaar lijkt de gewenste trendbreuk in het terugdringen van de jaarlijkse hoeveelheid restafval per inwoner – ingezet door het VANG (Van Afval Naar Grondstof)-beleid van IenM – voet aan de grond te krijgen. De uitwerkingen hiervan worden steeds beter zichtbaar in nieuw gemeentelijk afvalbeleid. De ambities van de overheid lijken hiermee stapje voor stapje gerealiseerd te worden. Als dit doorzet en er steeds minder restafval geproduceerd wordt, wat betekent dat dan voor de gemeentelijke aanbestedingstarieven van restafvalverwerking? KplusV heeft de tariefontwikkeling van de afgelopen jaren in kaart gebracht. Dat levert een doorkijkje op naar de te verwachten ontwikkelingen en trends in de afvalverwerkingsindustrie.

Prijsontwikkeling in aanbestedingen
Om een toekomstschets voor afvalverwerkingstarieven te kunnen maken, hebben we allereerst gekeken naar de algemene tariefontwikkelingen van 2009 tot nu. Uit onze analyse blijkt dat er vanaf 2009 een forse prijsdaling is ingezet. Dit is met name veroorzaakt door een toegenomen verbrandingscapaciteit (bijgebouwd en geoptimaliseerd voor energiewinning) en het vrijkomen van meerdere grote volumes restafval tegelijkertijd. Lagen winnende tarieven in 2009 regelmatig nog tussen de € 80 en 100, vanaf 2012 daalden de prijzen fors met tarieven tussen de € 40 en 60. Vanaf 2012 stagneert het winnende tarief in aanbestedingen en wordt het verschil tussen de biedingen van diverse partijen steeds kleiner.

Overige ontwikkelingen
Opvallend is dat er vanaf 2012 ook andere factoren gaan meespelen in de uiteindelijke gunning, zoals energetische efficiëntie van de verwerkende installatie, transport en duurzaamheidscriteria. Hierdoor is niet meer vanzelfsprekend dat het laagst geboden tarief de uiteindelijke winnaar wordt. Daarnaast zien we een andere ontwikkeling: door de gunstige tariefontwikkeling van de afgelopen jaren besteden partijen de vrijkomende volumes eerder aan. Overheden wachten niet meer op het verlopen van het contract, maar zetten een aanbesteding al jaren vóór ingang van een nieuw contract in gang. De gemiddelde prijs is in de afgelopen jaren enorm gedaald en hoe eerder er wordt aanbesteed hoe langer hiervan kan worden geprofiteerd. Bovendien komen langdurende contracten minder vaak voor.

Trends
Naast de ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben we een aantal trends en ontwikkelingen op een rij gezet, die van invloed zijn op de toekomstige ontwikkeling van het afvalverwerkingstarief:

  • In Europa hebben sommige lidstaten onvoldoende verbrandingscapaciteit terwijl andere lidstaten, waaronder Nederland, een overcapaciteit kennen. Recentelijk is hier op ingespeeld door alle AVI’s in Nederland een R1-status toe te kennen. Hierdoor kunnen Nederlandse AVI’s makkelijker afval uit het buitenland importeren.
  • Ook de verwachting dat de Europese Unie zal inzetten op een algeheel Europees stortverbod per 2030, werkt een voorlopig voortdurende verbranding van Europees restafval in Nederlandse AVI’s in de hand. Afhankelijk van de snelheid waarmee andere lidstaten in Europa hun afvalbeleid uitvoeren volgens de gestelde Europese ambities, zal Nederland nog een aantal jaar deels de overcapaciteit opvullen met buitenlands afval.
  • Betere bronscheiding, veelbelovende resultaten door nascheiding en technologische innovaties op overige grote reststromen (zoals luier- en incontinentiemateriaal) zorgen voor verdere afname van de hoeveelheid restafval. Hierdoor zal de interne vraag naar verbrandingscapaciteit verder afnemen.
  • Door bovenstaande ontwikkelingen verandert de samenstelling van het restafval. Door steeds verdergaande uitsortering van grondstoffen, zal de uiteindelijke stroom restafval steeds vervuilder zijn. Het restproduct uit de AVI’s (bodemassen) zal navenant vervuilder zijn. Kosten voor de opwerking ervan naar herbruikbare grondstof zullen daarmee relatief hoger worden.
  • Om afname van restafval te blijven stimuleren, zal de overheid naar verwachting een verdere kunstmatige verhoging van het verwerkingstarief toepassen.

Toekomstbeeld
In de nabije toekomst zal het evenwicht in vraag en aanbod door buitenlands afval zorgen voor gelijkblijvende tarieven. Kijk je naar de trends en ambities van overheden op nationaal en Europees niveau, dan zal de vraag naar verbranding op den duur minder worden. Wij verwachten dat in de aankomende 3 tot 5 jaar een (beperkte) stijging van het verwerkingstarief realiteit wordt; al dan niet kunstmatig aangedreven door een nog hogere verbrandingsbelasting. Het relatieve verwerkingstarief van huishoudelijk afval zal weliswaar omhoog gaan, maar het absolute bedrag dat gemeenten moeten betalen voor de verwerking zal minder worden. De totale hoeveelheid restafval neemt tenslotte af. Een slag om de arm is nodig: ook de markt voor afvalverwerking is onvoorspelbaar. Uiteindelijk is de enige manier om erachter te komen … door te gaan aanbesteden.

Meer weten?
Wil je meer weten over deze toekomstgerichte analyse? Hoe wij jou als gemeente kunnen adviseren op het gebied van duurzame afvalverwerking? Of hoe wij je kunnen ondersteunen in de aanbesteding van (rest)afvalinzameling of -verwerking? Onze adviseurs Aiko Klein en Karlijn Bakker denken graag met je mee.

Lees ook eens onze artikelen Tien tips voor aanbestedingen in afvalbranche of Ketenregie kunststofafval nieuwe uitdaging voor gemeenten.

Met passie en daadkracht maak ik het verschil voor milieu- én mensgerelateerde thema's

Karlijn Bakker BSc

06-27 08 55 08

Waar staat KplusV voor?

Samen met onze klanten creëren wij innovatieve oplossingen voor vraagstukken die er maatschappelijk en economisch toe doen. We initiëren, adviseren en realiseren. Altijd onafhankelijk, gedreven en inspirerend. Onze kracht schuilt daarbij in onze aanpak: een stevige mix van bedenken, verbinden en doen.