Hoe ‘open’ is het open innovatiesysteem?

Op zoek naar de zwakste schakel

Mijn kijk op

29/09/2015

Het open innovatiesysteem: een aantal jaar geleden geïntroduceerd en omarmd om de kloof tussen universiteit en bedrijfsleven te slechten. Via een keten van innovatienetwerken, incubators en start-ups is geprobeerd het gat te dichten. Veelal gestimuleerd met overheidsgelden. Nu deze gelden opdrogen, wordt niet de vraag gesteld of we door moeten met het huidige systeem, maar gezocht naar nieuwe financiële middelen om het oude te behouden. Maar deugt het innovatiesysteem zelf nog wel, of missen we ergens een schakel?

Veranderende wereld
De wereld om ons heen verandert in een rap tempo. Hoogwaardige technologische bedrijven hebben een vlucht genomen. Wie zich niet aanpast, blijft achter. Adaptatie kost echter veel tijd, energie en geld. Dat laatste is van de publieke naar de private sector aan het schuiven, waar het vanwege zwaardere eisen moeilijker voorhanden is. Maar zit daar wel het echte probleem? Als we kijken naar de internationale concurrentie moeten we stoppen met ons blind te staren op geld, maar het systeem aanpassen om meer kans te maken op mondiaal succes. Uiteindelijk willen we dé start-up-delta van Europa worden. Niet omdat het kabinet het zegt, maar omdat dit het landschap is waar we zo goed in gedijen.

Losse schakels
We kunnen onze ogen niet sluiten voor het feit dat we al jaren niet meer in de top van elke verschijnende innovatieranglijst staan. Voldoende aanleiding om het open innovatie-systeem eens onder de loep te nemen. KplusV stortte zich op de vraag waarom het Nederlandse open innovatie-systeem blijft haperen. En wat blijkt? De keten van spelers die zich bezighouden met innovatievraagstukken, rekt zich steeds verder uit en de schakels zitten niet alleen los; ze vertonen ook een gebrek aan flexibiliteit en coöperatie. We denken te rechtlijnig. Een keten impliceert dat een product zich ontwikkelt van idee naar BV via een vastomlijnd stappenplan. Maar niets in minder waar. De praktijk is een stuk grilliger dan we denken.

Uiteinde van ketens
Zoals de keten nu is opgebouwd, heb je aan de ene kant de industrie met een hulpvraag en aan de andere kant de universiteiten met hun fundamentele onderzoek. De industrie kan kennis op verschillende wijze in huis halen, maar dit is een dure aangelegenheid. In sommige sectoren als de medisch-technologische en chemische industrie, zijn dit erg lange trajecten, waarbij tien tot vijftien jaar geen uitzondering is. Universiteiten en onderzoekslaboratoria bezitten heel veel kennis en expertise. Dit is alleen niet altijd marktklaar. Er is de laatste jaren al veel gebeurt; met name op het gebied van valorisatieprojecten. Daarmee hebben de universiteiten een voorzichtige beweging naar de markt gemaakt. Desalniettemin blijft de kloof groot.

Smal blikveld
Start-ups zouden het gat moeten opvullen, dat hiertussen is gevallen. Fris, vaak net van de opleiding, kennen ze de laatste ins en outs op onderzoeksgebied. En omdat ze niet aan een bedrijf gekoppeld zijn, ervaren ze geen belemmeringen en beperkingen en kunnen doortastend hun innovatieve ideeën achterna. In een relatief veilige omgeving van een innovatieplatform of incubator kunnen zich ontwikkelen tot een start-up die op eigen benen kan staan en het ouderlijke nest kan verlaten of in de armen wordt gesloten door een grote multinational. Probleem opgelost, zou je denken. Maar tussen de bedrijven en start-ups zit nog een wereld van verschil. Want hoe overbrug je de kloof van start-up naar multinational? Belangrijkste taak in het open innovatie-systeem is het anticiperen op én oplossen van problemen die in het veld ontstaan. De multinationals kunnen wel investeren in start-ups, maar dit levert niet de garantie dat zij ook een oplossing hebben voor het probleem waar zij mee te kampen hebben of dat daarmee het kennistraject verkort wordt.

Samenwerken
Wij zien de oplossing voor dit probleem ergens anders. Allereerst moeten we af van het rechtlijnig denken en ieder op zijn eigen eiland in de innovatieketen. Innoveren vraagt om samenwerking. Samenwerking vraagt om duidelijke afspraken. En duidelijke afspraken kunnen alleen worden gemaakt als elke partij van zichzelf weet waar hij staat, wat hij wil en zeker ook wat hij niet wil. Het gaat het om het eerlijke verhaal vertellen, weten waar de blinde vlekken zitten in je organisatie en vandaaruit de samenwerking opzoeken.

Flexibele schakels
Daarom pleiten we ervoor om de schakels in de innovatieketen flexibeler te maken en ook van plaats te laten wisselen. Het grote voordeel als de schakels los worden gemaakt en niet meer als keten worden gezien, is dat een universiteit die nu aan het begin van een keten staat, ook in een vergevorderd stadium tussengevoegd kan worden. Bedrijven zouden met complexe hulpvragen op een of meerdere universiteiten kunnen afstappen.

Rol van universiteit
De universiteit zou prima in staat zijn om de industrie te helpen, omdat zij zowel de macht van het collectief als de expertise in huis heeft. Naast opleiden en onderzoeken zou valorisatie niet alleen via technological push, maar ook via market pull kunnen worden ingezet. Universiteiten zouden zich een meer adviserende rol kunnen aanmeten bij het oplossen van marktgerichte vraagstukken. Een bedrijf zou – onder strikte geheimhouding – de gespecialiseerde hulp van een universiteit in kunnen roepen.

Heeft het huidige open innovatie-systeem zijn beste tijd gehad?
Dat hoeft niet per se. Het begrip ‘open innovatie-systeem’ is zoals het nu gehanteerd wordt, wellicht niet zo open als we denken. Het open innovatie-systeem behoeft zelf ook een ontwikkeling. Een doorstart is prima mogelijk, maar dan moet het niveau omhoog: door problemen helder te benoemen, door partners te selecteren en door rollen en taken om te durven gooien. Alleen door de ketens open te breken en de schakels flexibel te maken, is het mogelijk om internationaal te concurreren. Op naar mondiaal niveau én succes!

Meer weten?
KplusV heeft veel ervaring met het analyseren, opsporen van blinde vlekken en benoemen van knelpunten in innovatiesystemen. De innovatieketen wordt nauwkeurig onder de loep genomen en samen kijken we waar de kansen en mogelijkheden liggen en welke rol daar het beste bij past. Achter iedere uitdaging zit een kans als je buiten de gebaande paden durft te denken. Wil je meer weten? Neem dan contact op met onze adviseur Lennard Nellestein.

"Van (on)begrip naar grip op ecosystemen. Daar werk ik graag aan."

Maarten van Gils

06 13 05 34 01

Waar staat KplusV voor?

Samen met onze klanten creëren wij innovatieve oplossingen voor vraagstukken die er maatschappelijk en economisch toe doen. We initiëren, adviseren en realiseren. Altijd onafhankelijk, gedreven en inspirerend. Onze kracht schuilt daarbij in onze aanpak: een stevige mix van bedenken, verbinden en doen.

Betrokken adviseurs