Afgelopen najaar is ons onderzoek naar de concretisering van de CE-doelen gepubliceerd. Daarbij werden we gedwongen sterk uit te zoomen en terug en vooruit te kijken. Onze analyse: in 10 jaar is op bepaalde vlakken veel en op andere onderdelen weinig gebeurd tegelijkertijd. Een goed moment om te reflecteren en acties te bepalen zodat we de komende 10 jaar veel effect sorteren.
2015, een grondstoffenakkoord! Het startpunt voor de circulaire transitie
Het grondstoffenakkoord vormt voor velen het startpunt voor de transitie naar een circulaire economie. Het begint uiteraard al veel eerder maar in onze reflectie pakken we dit als startpunt. In ruim 10 jaar tijd is er enorm veel gerealiseerd, zoals:
helder krijgen van de uitdagingen,
het in bepaalde mate meetbaar maken van circulariteit (denk aan de MKI),
goed circulair kunnen uitvragen van aanbestedingen;
zijn we toe aan een nieuwe (landelijke) governance structuur;
zijn er vitale netwerken en initiatieven ontstaan zoals Vereniging Circulair Fryslân;
zijn er al vele pilots en probeersels opgestart en in een stille dood gestorven.
Dit is allemaal passend bij die eerste fase van de transitie. We hebben in deze jaren als KplusV bijvoorbeeld diverse organisaties geholpen met hun eerste circulaire inkoopopgave. Dit begint al veel meer gemeengoed te worden. De vraag is nu hoe dit structureel te borgen in de organisatie.
Wat nog minder is gelukt in de afgelopen jaren is het daadwerkelijk effect sorteren van al deze initiatieven en interventies. De hoeveelheid grondstoffen in Nederland blijft onverminderd hoog en kende alleen in de coronajaren een dip. Dit valt vooral te verklaren door tijdelijk gesloten grenzen en gesloten sectoren. Ook uit de ICER-analyse en de Circularity gap analyse valt op te maken dat er nog een flinke weg te gaan is. Zo lijkt er voornamelijk focus op recycling en zijn we beperkt in staat om wezenlijke gedragsveranderingen tot stand te brengen die leiden tot een ander consumptiepatroon.
2035, gaan we oogsten?
Er staat dus al veel in de juiste startblokken en in de juiste setting. Betere doelen, uniforme meetmethodes, een beter kloppende governance-structuur, een duidelijkere link tussen grondstoffen en de effecten ervan. Met name klimaatverandering en strategische autonomie voeren de boventoon in de argumenten om werk te maken van de circulaire economie. De vraag is dan ook of het ons gaat lukken om de komende jaren de hoeveel gebruikte grondstoffen te verminderen. Met andere woorden, kunnen we efficiënter omgaan met grondstoffen en meer waarde uit minder grondstoffen halen? Zijn we in staat om meer recyclaat hoogwaardig toe te passen in nieuwe producten en dit concurrerend te laten zijn met virgin grondstoffen? Zijn we in staat om recycling niet als ‘minimumstandaard’ te zien om milieudruk te verlagen maar ook als hoogwaardige ketenstap voor de productie van primaire grondstoffen? Wat is hiervoor nodig?
De oplossing
In mijn optiek zijn er een viertal majeure transformaties nodig van marktordening, denken en handelen:
Er is geen open wereldeconomie: we moeten, zoals Draghi en Wennink al stellen, terugkomen op de ideologie dat we een open wereldeconomie hebben. Als Europa moeten we weer grenzen stellen. Geen domme grenzen van generieke importheffingen, maar slimme gerichte grenzen zoals CBAM en andere grenzen die de eigen industrie en grondstoffenmarkt beschermt.
We investeren in recycling en basisindustrieën: die bijdragen aan onze strategische grondstoffenpositie. Waardevolle afvalstromen zoals elektronica laten we niet meer wegvloeien maar recyclen we hier. Secundaire grondstoffen zijn hoogwaardig en maken we concurrerend voor de basisindustrie. Zo houden we onze eigen broek op.
We durven in de spiegel te kijken: we zijn doorgeschoten in ons consumptiepatroon en zijn nauwelijks meer in staat deelconcepten en reparatieconcepten de norm te laten zijn. De maatschappelijke business case van dit soort concepten omarmen we en vertalen we naar structurele middelen.
Ons fiscale stelsel richten we slim in: we doorbreken de taboe dat we met fiscale prikkels ongewenst gedrag ontmoedigen en gewenst gedrag stimuleren. We omarmen de imperfecties van fiscale regels en stellen de gewenste situatie hierboven.
Om dit te bereiken hebben we leiderschap en daadkracht nodig. Soms is de boodschap niet leuk, maar wel nodig.
Wat betekent dit voor individuen in de samenleving?
De komende week staan we stil bij deze grote veranderingen die er op ons af (zouden moeten) komen wat we ook wel de transitie naar een circulaire economie noemen.
Susana Gomes Santana stapt in het leven van beleidsmaker Ashwin bij een gemeente. Irma Meijer kijkt over de schouder mee met circulair ondernemer Harriët. En Jonna Bouwknegt volgt inwoner Linda op de voet. Hoe gaan zij om met uitdagingen en kansen van de circulaire economie in 2035. Door onszelf uit te dagen en te prikkelen om het concreet te maken, helpt het ons om in het hier en nu de juiste dingen te doen. Linda, Harriët en Ashwin vertellen je de komende week hoe zij in 2035 omgaan met:
Onbetaalbare producten en diensten
Een gebrek aan (fysieke) ruimte
Het gebruik van materialen in relatie tot hun gezondheid
Een groeiende afvalberg

