Terug
17 februari 2026

Bas Doets, partner en adviseur bij KplusV, deelt in een reeks van vier artikelen zijn visie op de grote economische veranderingen waar regio’s mee te maken krijgen. Eerder beschreef hij hoe internationale ontwikkelingen, schaarste en versnippering de regionale economie verzwakken. Ook zagen we dat regio’s moeten herordenen, opschalen en investeren om relevant te blijven. In dit artikel gaat het over een extra uitdaging: het nieuwe Europese cohesiebeleid dat zichtbaarheid en massa belangrijker maakt dan ooit.


Het veranderende Europese speelveld

Na 2027 verandert het cohesiebeleid. Er komen schotten binnen de Europese begroting waardoor de ruimte voor regionaal beleid kleiner wordt. EFRO blijft belangrijk, maar nationale regeringen krijgen waarschijnlijk meer invloed en investeringen in de regionale economie gaan plaatsvinden vanuit nationale kaders. Regio’s moeten zich daarom sterker profileren.

Risico’s voor het oosten en noorden

Het Rijk ziet vooral de Noordvleugel en Zuidoost Brabant als topregio’s, zo valt te lezen in de Nota Ruimte. Regio’s in bijvoorbeeld het oosten en noorden moeten aantonen dat zij bijdragen aan Europese doelen en dat zij relevant zijn voor toekomstige investeringen.

Bundeling van massa en kwaliteit

Regio’s kunnen zichtbaar blijven door samen te werken en overtuigende investeringsagenda’s op te stellen. Door massa en kwaliteit te bundelen vergroten zij hun invloed.

Groot denken is nodig
De omvang van de opgaven vraagt om grotere keuzes. Bestuurders moeten:

  • opschalen

  • integrale investeringsagenda ontwikkelen

  • meer investeren in productiviteit, innovatie en vestigingsklimaat

  • economische ondersteuningsstructuur herinrichten

  • volhouden en bestand zijn tegen politieke instabiliteit

  • een eigen regionale standaard formuleren

Volgende week ga ik dieper in op wat deze bestuurlijke opdracht precies betekent en hoe regio’s dit in de praktijk kunnen vormgeven.

Deel