Terug

Statushouders en oudkomers: onbenut arbeidspotentieel voor een krappe arbeidsmarkt

25 juni 2026

In mijn werk zie ik dagelijks hoe groot de druk op de Nederlandse arbeidsmarkt is. Werkgevers zoeken naar manieren om personeel te vinden, te behouden en anders te organiseren. Tegelijkertijd staat een grote groep mensen nog onnodig aan de kant. Statushouders, nieuwkomers en oudkomers willen meedoen en werken, maar vinden vaak onvoldoende hun weg naar passend werk. Voor mij is dat niet alleen een sociaal vraagstuk, maar vooral een gemiste economische kans.


Met een ondernemende blik zie ik hierin een duidelijke paradox: terwijl werkgevers dringend personeel nodig hebben, belandt een groot deel van de statushouders soms jarenlang in de bijstand. Niet omdat zij niet willen werken, maar omdat ons systeem onvoldoende is ingericht om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Werkgevers krijgen daardoor te weinig toegang tot dit arbeidspotentieel, terwijl statushouders geen eerlijke kans krijgen om mee te doen. In mijn ogen moet dat anders.

Statushouders zijn geen doelgroep, maar arbeidspotentieel

Ik vind dat we statushouders nog te vaak benaderen als een aparte doelgroep waarvoor extra beleid nodig is. Daarmee plaatsen we hen onbedoeld buiten de reguliere arbeidsmarkt, terwijl het in werkelijkheid gaat om gemotiveerde mensen met werkervaring, vakmanschap en ambitie. Mensen die perspectief zoeken, geen uitkering.

Ik begrijp de reactie van veel werkgevers goed. Zij zoeken medewerkers die direct inzetbaar zijn, de taal spreken en het systeem kennen. Tegelijkertijd houdt precies die benadering de schaarste in stand. Als we alleen kijken naar wie vandaag perfect past, laten we het arbeidspotentieel van morgen liggen. Voor mij is de kernvraag daarom niet of statushouders kunnen werken, maar hoe we het zo organiseren dat werkgevers dit potentieel veilig, duurzaam en succesvol kunnen benutten.

Werkgevers ontzorgen in plaats van belasten

Ik ben ervan overtuigd dat de sleutel tot duurzame instroom bij werkgevers ligt. Niet door hen extra verantwoordelijkheden op te leggen, maar door hen goed te ontzorgen en te faciliteren. Vanuit de praktijk en vanuit mijn visie op de arbeidsmarkt zie ik drie randvoorwaarden als cruciaal.

1. Begeleiding na plaatsing

Een hardnekkig misverstand is dat het werk klaar is zodra iemand geplaatst is. In mijn ervaring begint het dan pas. Werkgevers hebben ondersteuning nodig op de werkvloer, bijvoorbeeld bij taalontwikkeling, cultuurverschillen, wederzijdse verwachtingen en verdere ontwikkeling. Goede begeleiding aan beide kanten voorkomt uitval, vergroot het vertrouwen en leidt tot duurzame dienstverbanden.

2. Eén aanspreekpunt en echte ontzorging

Ondernemers willen ondernemen, geen trajecten managen. Dat hoor en zie ik in de praktijk steeds opnieuw. Versnippering van loketten, regels en verantwoordelijkheden werkt verlammend. Daarom geloof ik in een duidelijke regierol, bijvoorbeeld via regionale werkcentra of samenwerkingen zoals KetenKracht. Gemeenten, sociaal ontwikkelbedrijven en het MKB werken daarin samen als één keten, met KplusV als verbindende partner.

3. Leren en werken combineren

Ik geloof dat integratie en taalontwikkeling het snelst gaan via werk. Daarom moeten werkgevers worden gefaciliteerd om leren en werken te combineren, zonder dat dit leidt tot onhaalbare productiviteitsdruk. Denk aan jobcoaching, ontwikkelpaden, meertalige begeleiding en flexibele instroom. Hier ligt voor mij de kracht van door KplusV ontwikkelde ontwikkelpaden en initiatieven zoals de Werkbalie, waar al vroeg wordt geïnvesteerd in arbeidsmarktoriëntatie.

Maatschappelijke en economische opbrengst

Voor mij is investeren in werkgevers geen kostenpost, maar een versneller. Wanneer statushouders sneller en duurzaam aan het werk gaan, ontstaat winst op meerdere niveaus:

  • neemt de afhankelijkheid van de bijstand af;

  • versnelt taalverwerving en integratie;

  • ontstaat binding met de samenleving en met de werkgever;

  • wordt de druk op de krappe arbeidsmarkt verlicht.

Om die reden vind ik het belangrijk dat gemeenten ook aandacht hebben voor oudkomers die vaak langdurig in de bijstand zitten, terwijl zij wel perspectief hebben op werk.

Van pilots naar systeemverandering

De praktijk laat wat mij betreft zien dat deze aanpak werkt: niet als sociaal experiment, maar als serieuze arbeidsmarktstrategie. De volgende stap is opschaling: van losse pilots naar een structureel onderdeel van het arbeidsmarktbeleid. Zolang we statushouders blijven benaderen als uitzondering, blijven we kansen missen. Dit arbeidspotentieel kunnen we ons simpelweg niet permitteren te laten liggen.

Tot slot: is de arbeidsmarkt er klaar voor?

Ik denk dat de arbeidsmarkt om een andere blik vraagt: minder denken in risico’s en meer in mogelijkheden. Die omslag lukt alleen als werkgevers niet alleen verantwoordelijkheid krijgen, maar ook de juiste ondersteuning, middelen en partners.

Daarom is voor mij de vraag niet of statushouders klaar zijn voor de arbeidsmarkt. De echte vraag is: is de arbeidsmarkt klaar voor hen en ondersteunen we werkgevers daar voldoende bij?

Vanuit mijn rol als adviseur arbeidsmarkt pleit ik voor een arbeidsmarkt waarin werkgevers centraal staan als motor van inclusie, ondersteund door een sterke keten van gemeenten, sociaal ontwikkelbedrijven en het MKB. Alleen zo maken we van krapte een kans. Het perspectief en de wensen van werkgevers moeten nadrukkelijker het vertrekpunt vormen. Wat hebben zij nodig om vacatures te vervullen en mensen daadwerkelijk een kans te geven om te groeien en zich te ontwikkelen op de arbeidsmarkt? Hoe kunnen we het enorme woud aan regelingen en subsidies overzichtelijker maken, zodat ondersteuning voor iedere werkgever toegankelijk wordt? Ik ben ervan overtuigd dat we de stap naar werk eenvoudiger maken door echt naast werkgevers te gaan staan en hen goed te begeleiden. Zo moeilijk hoeft het niet te zijn; de grootste uitdaging zit juist in het eenvoudiger maken van onze systemen.

Deel