Het ironische is dat dit laatste ook nog lijkt te gaan lukken de afgelopen maanden. Niet door beleid van het kabinet Schoof, niet door beleid van het kabinet Jetten, maar door onze ‘vriend’ Trump die het voor elkaar heeft gekregen om de Straat van Hormuz afgesloten te krijgen, waardoor primaire kunststoffen een stuk duurder zijn geworden de afgelopen maanden.
De rekening blijft staan
Echter, het bonnetje van 567 miljoen euro ligt er nog steeds. En zoals we in het sociaal domein nu zien, zal de VVD als hoeder van de staatskas niet wijken om dit binnen hetzelfde departement en binnen hetzelfde beleidsdomein opgelost te krijgen. Kortom, de rekening van 567 miljoen is precies een jaar geleden voor het eerst doorgeschoven naar de afvalverbranders in de sector. En in de belastingplannen 2026 van het ministerie van I&W hebben we kunnen zien dat dit toch echt definitief en staand beleid is.
Alle hoop is nu gevestigd op het Eindrapport Werkgroep Afvalsector van 18 december 2025. Een flink aantal suggesties om op een andere manier de 567 miljoen euro op te halen, maar een samenhangend pakket vormt het allerminst.
Politieke realiteit
Het rondje van minister Heijnen en premier Jetten door de Tweede Kamer is inmiddels begonnen om te komen tot een sluitende begroting voor aanstaande Prinsjesdag. Ik vermoed zo maar dat de wensenlijst van coöperatieve partners in de Kamer aanzienlijk zal zijn. Laat staan de wensenlijst van de drie coalitiepartijen onderling om op een aantal dossiers vooruitgang te boeken (sociaal domein, ontwikkelingssamenwerking, onderhoudsopgave infrastructuur, et cetera).
Wie gaat dan de groot pleitbezorger worden om deze rekening weg te halen bij de afvalverbrandingssector en die vervolgens op een andere plek te beleggen? Ik durf het in alle eerlijkheid niet te zeggen.
Verwachting: forse prijsstijgingen
Mijn realistische (of misschien wel pessimistische) verwachting is dan ook: de rekening blijft staan. Hoe oneerlijk, vreemd en ondoelmatig ook.
En dat gaat betekenen dat afvalverbranding duur gaat worden. Heel duur. Kijk niet raar op als je straks 200 euro per ton, of 0,20 euro per kilo aan restafval moet gaan betalen voor de verwijdering ervan. En dan hebben we het niet over 2050 of 2040, maar over 2028, 2029, 2030. Vrij dichtbij dus.
Wat te doen als sector? Mijn eerlijke kijk hierop is: de rekening blijft staan. Neem dat als uitgangspunt, maar kijk vervolgens hoe je de randvoorwaarden kunt creëren om daar zo goed mogelijk mee om te gaan. Een aantal randvoorwaarden die van cruciaal belang zijn:
Zorg ervoor dat alle heffingen verdisconteerd worden in de EVOA, zodat brandbaar restafval dat de grens overgaat niet goedkoper kan worden verwerkt in andere landen dan ons eigen land.
Houd de recyclingsector in leven. Zorg ervoor dat sorteerresiduen die verbrand moeten worden, gevrijwaard zijn van deze heffingen. Anders ontstaat het onbedoelde effect dat recyclingstromen meer worden aangelengd met vervuiling. Dit komt de kwaliteit van secundaire grondstoffen niet ten goede.
Zorg dat de importheffing van brandbaar restafval eraf gaat. Je hebt je feedstock nodig.
Zorg voor een eerlijke en gelijke doorbelasting van de heffingen naar de afvalontdoeners.
En last but not least: zorg voor een betrouwbaar en langetermijnkader waarbinnen geïnvesteerd kan worden door AVI’s. Regel de infrastructuur voor CO₂-afvang en -opslag. Zorg ervoor dat mechanisch scheiden van restafval loont in de berekening van fossiele CO₂-uitstoot.
Waarom kun je je dan tot slot nog afvragen: hoe erg is het als een of meerdere AVI’s ‘omvallen’? Scheelt weer een hoop CO₂-uitstoot en andere emissies toch?
We zitten in een Europese (afval)markt waarin bij lange na nog niet voldoende verbrandingscapaciteit is. En zeker niet met het energetisch rendement zoals de AVI’s dat in Nederland hebben. Kortom, als een aantal AVI’s hier sluit, levert dat op Europees niveau een stap terug op als het gaat om afvalverwerking.
Meer en meer zijn AVI’s de belangrijkste leverancier van warmte en elektriciteit in ons (lokale) net. Met name de uitrol van warmtenetten met AVI’s als duurzame (en vaak ook enige significante) energiebron creëert een lock-in. Want als een AVI dan bijvoorbeeld de deuren sluit, dan heeft de naastgelegen industrie en hebben de naastgelegen wijken met warmtenet een probleem: geen warmte meer.
Accepteer de rekening en omarm de situatie.
Richt alle energie op het creëren van bruikbare en heldere randvoorwaarden voor investering.
Met als uitgangspunt dat de AVI’s voor Nederland behouden blijven, door Europees gelijke afspraken te maken, wat resulteert in de meest duurzame oplossing op Europese schaal.
