De landelijke agenda staat; nu de vertaling naar de praktijk
Het kabinet onderkent die urgentie. De tweede Productiviteitsagenda richt zich op onderwijs, arbeidsmarkt, innovatie, digitalisering, financiering en minder regeldruk. De in 2026 ingestelde Productiviteitsraad moet adviseren over structurele productiviteitsgroei. Maar de echte verandering moet plaatsvinden op de werkvloer. De landelijke ambities moeten dus worden vertaald naar de praktijk.
Waarom de regio het logische schaalniveau is
De regio is daarvoor het logische schaalniveau. Daar komen sectorale tekorten en de kennis van werkgevers, onderwijs, overheden en sociale partners samen. Omdat een industriële regio iets anders vraagt dan een regio met veel zorg, logistiek of agrifood, begint effectief beleid met een regionale diagnose en een passende aanpak. Toch staat productiviteit lokaal nog beperkt op de arbeidsmarktagenda. In de door ons onderzochte gemeentelijke coalitieakkoorden wordt het begrip slechts acht keer expliciet genoemd. Een coalitieakkoord omvat niet al het beleid, maar het signaal is duidelijk.
Wat werkt in de praktijk?
KplusV is betrokken bij een aantal regionale programma’s waarin bedrijven concrete productiviteitsknelpunten aanpakken, zoals Productivity in Practice in de Brainportregio. De lessen zijn consistent: hanteer een vraaggerichte aanpak, kies voor afgebakende verbetercases, betrek medewerkers en management, bied ondersteuning voor de langere termijn (van analyse tot en met implementatie en van de inzet van technologie tot en met het opleiden van mensen) en meet economische en sociale resultaten. Ook leren van elkaar tussen bedrijven werkt. Regionale netwerken kunnen oplossingen versnellen en de verbinding leggen met aanbod op scholing, digitalisering, financiering en arbeidsmarkt. Zo ontstaat een blijvende infrastructuur in plaats van losse pilots.
Maak productiviteit een primaire opgave in iedere (arbeidsmarkt)regio
Iedere (arbeidsmarkt)regio zou productiviteitsontwikkeling als een primaire opgave moeten opnemen: niet ter vervanging van participatie, scholing of arbeidsmigratie, maar als een belangrijke pijler van arbeidsmarktbeleid. De landelijke agenda geeft richting; de regionale praktijk moet het verschil maken. De kernvraag is niet alleen waar nog mensen te vinden zijn, maar vooral hoe we het werk slimmer, beter en productiever organiseren.

