Wat bij de campagne centraal staat, is een cruciale gedachte: de Regionale Werkcentra zijn er voor iedereen die iets met werk wil. Voor mensen die werk zoeken, zich willen ontwikkelen of vastlopen in hun loopbaan. Voor werkgevers met een personeelsvraag of een ontwikkelopgave. En ook voor professionals, intermediairs en maatschappelijke organisaties die anderen willen helpen richting werk. Juist die brede doelgroep maakt het RWC tot meer dan een loket; het is een plek waar vragen over werk samenkomen, ongeacht vanuit welk perspectief ze worden gesteld.
Ik kom via meerdere projecten in aanraking met Regionale Werkcentra en ik ervaar dat deze insteek hard nodig is. Feedback laat blijken dat hulp in de arbeidsmarkt regelmatig wordt ervaren als een doolhof van regelingen, organisaties en ingangen. De afgelopen jaren is in de regio geëxperimenteerd met integrale samenwerking, onder meer via de Regionale Mobiliteitsteams (RMT). Meerdere evaluaties laten zien dat juist daar waar de vraag van inwoners en werkgevers centraal stond en partners samenwerkten vanuit één toegang, de ondersteuning effectiever en menselijker werd. Die lessen vormen een belangrijke basis voor de doorontwikkeling naar Regionale Werkcentra.
Onder andere uit de RMT’s komt nog een cruciale succesfactor naar voren: de mensen die er werken. Professionals die anderen helpen met vragen rondom werk en zich inzetten voor begeleiding. Deze ervaringen nemen zij mee naar het RWC en naar hun (nieuwe) collega’s. Door deze ervaringen werd ook het no‑wrong‑door‑principe gecultiveerd: welke deur iemand ook binnenkwam, de vraag werd opgepakt en verder geholpen. Juist dit principe werd door gebruikers als laagdrempelig en prettig ervaren, omdat het onzekerheid en doorverwijzingen verminderde.
Ook aan werkgeverszijde wordt die behoefte steeds duidelijker. De ervaring leert dat ondernemers niet op zoek zijn naar beleid of structuren, maar naar een plek waar hun vraag serieus wordt genomen en snel wordt vertaald naar concreet handelen. Wat vaker terugkomt, is de wens voor één loket of een vast contactpersoon die de vraag oppakt en verder begeleidt.
De meerwaarde van de Regionale Werkcentra gaat daarmee verder dan juiste matching, maar versterkt de regio als geheel. Regio’s die hun arbeidsmarkt beter organiseren, vergroten hun economische veerkracht en hun vermogen om maatschappelijke opgaven aan te pakken. Dit zal in sommige regio’s ook enige tijdsinvestering vragen, net als flexibiliteit van de vrager(s). Tegelijkertijd vraagt het om scherpte. Het succes van het RWC staat of valt met het vasthouden van het oorspronkelijke doel: er zijn voor iedereen die iets met werk wil. Van wie de vraag ook komt, het werkt het best als het perspectief van de gebruiker leidend blijft.
De landelijke campagne zorgt voor herkenbaarheid en momentum, maar het echte werk gebeurt in de regio. Daar moeten partners blijven toetsen of het werkcentrum daadwerkelijk toegankelijk is voor alle doelgroepen en of het bijdraagt aan duurzame oplossingen voor mensen en werkgevers. Als dat lukt, kan het Regionaal Werkcentrum uitgroeien tot wat het beoogt te zijn: een regionale motor onder een arbeidsmarkt die beter werkt voor iedereen.
