Monitoring systematiek textielafval

Het plan om de Nederlandse textielafvalstromen inzichtelijk te maken

KPLUSV onderzoekt

25/05/2021

Olie, gas en… textiel. Jawel! Textiel is een van de grootste vervuilers wereldwijd. De branche is verantwoordelijk voor circa 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot en de verwachting is dat de totale uitstoot tot 2030 met circa 63 procent toeneemt. Om als Nederland de duurzaamheidsdoelstellingen van de Europese Unie te halen, moeten we daarom ook in deze branche veel veranderen. Echter is de Nederlandse textielketen nog weinig inzichtelijk. Daarom onderzoeken we dit. We willen meer helderheid over monitoring en handhaving van duurzaamheid in de textielketen. Onze conclusie: ga de gehele keten op een eenduidige manier meten en centraliseer deze gegevens gebruik makend van dezelfde definities.

Wil je direct het rapport met alle bevindingen inzien? Download hier het volledige rapport.

Aanleiding

In april 2020 is het beleidsprogramma circulair textiel uitgebracht. Hierin staat omschreven dat de textielketen drastisch verduurzaamd moet worden. De overkoepelende doelen hierin zijn (I) Bevordering van duurzame producten in de ontwerp en productiefase, (II) Verantwoord gebruik in de aanschaf en gebruiksfase en (III) Vergrootte en verbeterede inzameling en recycling (Bijlage beleidsprogramma circulair textiel 2020 – 2025 | Rapport | Rijksoverheid.nl). Om dit echter te kunnen bereiken (en handhaven) moet er veel meer zicht komen op de gehele textielketen. Het is namelijk nog niet duidelijk wat de typen textielstromen zijn, wat hun compositie is, waar ze vandaan komen & eindigen. In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft KplusV, in samenwerking met RoyalHaskoning, een onderzoek uitgevoerd om het zicht op de textielketen te vergroten. Dit resulteert in een voorstel (zie visualisatie hieronder) om de textielketen jaarlijks te monitoren.

Monitoring textielketen

Resultaten: peiljaar 2018

Om zicht te krijgen in de textielketen zijn we gestart met een nulmeting. Uit beschikbare bronnen bleek over 2018 de meeste en recentste informatie beschikbaar te zijn. Hieruit kwamen deze resultaten en bevindingen:

  • In Nederland hebben we (in 2018) 315 Kton consumentenkleding en BKK-linnen en 28 Kton Bedrijfskleding. Hiervan is 5 tot 6 procent gerecycled of duurzaam. Daarnaast is nog 19 Kton tweedehands kleding op de Nederlandse markt. Het doel in 2025 is 25 procent duurzaam textiel.
  • Van alle afgedankte textiel in Nederland (376 Kton) wordt 162 Kton gescheiden ingezameld en 214 Kton beland in het restafval. Dit laatste deel wordt veelal verbrand.
  • Uiteindelijk wordt 64 Kton van het Nederlandse textiel hergebruikt en 35 Kton gerecycled.
  • Momenteel heeft elke significant toegepaste textielsoort op de markt een grote milieu-impact. Ook recycling heeft negatieve milieu-impact. Om de doelstellingen voor halvering van de milieu-impact te halen moet er geïnvesteerd worden in duurzamere stoffen en productieprocessen.
  • Er is nog geen eenduidige definitie voor duurzaamheid en de circulaire economie. Aanbevolen wordt om, samen met de partners van het Textielconvenant en het netwerkoverleg, de komende jaren toe te werken naar een classificatie indeling op basis van LCA-analyses.
  • De registratie en meetsystematiek van de materiaalsamenstelling van textielproducten is onprecies. Verdere uitwerking en verbeterde registratie wordt aanbevolen.

Monitoringssystematiek om de keten zichtbaarder te maken

Met informatie over waar we staan, kan de focus op wat voor monitoringssystematiek er mogelijk is om deze zichtbaarheid te vergroten. Daarover kan het volgende gezegd worden:

  • In dit onderzoek is naar voren gekomen dat eenduidige meting door de hele keten beperkt plaatsvindt. Zo wordt er in verschillende grootheden gemeten (stuks, paar, kg, ton, euro’s et cetera). Daarnaast is er niet een centrale instantie die dit meet en registreert en worden er op verschillende plekken verschillende definities gehanteerd.
  • Verschillende beleidsdoelstellingen zijn gekoppeld aan meetbare indicatoren. Deze kunnen over meerdere jaren goed gemeten worden.
  • Verschillende gebruikte data typen kunnen wel worden verbeterd zodat meer van de textielstromen zichtbaar wordt. Een voorbeeld is rekening houden met de registratie (onder)grens van €800.000, gebruikt voor CBS-gegevens betreffende textiel.
  • Wij concluderen dat er in de keten (en bij de diverse partners van het netwerkoverleg) grote bereidheid is om meer inzicht te creëren in de textielketen. Er is de komende jaren dan ook zeker ruimte voor verbetering en verfijning van de opgestelde systematiek en de onderliggende metingen zodat verzamelde gegevens gedetailleerder kunnen worden.

Wat betekent dit voor de komende jaren?

Nu begint pas al het werk; de monitor moet gestart worden. Dit is ons advies voor de komende jaren:

  • Een vervolgonderzoek moet meer inzicht gaan geven in de routes van afgedankte bedrijfskleding. Zo kan er een betere massabalans ontstaan van de textielstromen.
  • De Put on Market van buitenlandse herkomst moet verder onderzocht worden. Alleen zo kunnen we achter de textielstroom komen die nu onder de in- en uitvoer registratiegrens valt van € 800.000 die het CBS gegevens hanteren.
  • Er is nog onvoldoende detaillering in de productsamenstelling van textiel. Onderzoek daarom welke gegevens het beste een beeld geven van de materiaalsamenstelling van het textiel.
  • De schakel in de keten waarin consumenten textielproducten aan elkaar verkopen is een niet te onderschatten onderdeel en wordt steeds groter is de verwachting. Nader onderzoek moet de effecten van deze marktverschuiving in beeld brengen met betrekking tot omvang en kwaliteit.
  • De onderhevige monitoringsystematiek is een eerste basismodel. Tot op heden zijn er zeer uitgebreide onderzoeken noodzakelijk geweest om de benodigde gegevens boven tafel te krijgen. Een met verscheidene partners overeengekomen enquête biedt hierin een hanteerbaar, jaarlijks meetbare oplossing.
  • Een op Europees niveau ingestelde UPV voor textiel kan ertoe bijdragen dat er in de volledige EU een gelijk speelveld is en er zodoende meer transparantie wordt afgedwongen door de gehele keten.
  • Aanbevolen wordt om in Europees verband nader onderzoek uit te voeren naar strengere producteisen voor wat betreft chemische stoffen en naar systemen om dit te monitoren en handhaven. Zo kunnen schadelijke stoffen worden verminderd na afdanking.
  • Om meer zicht te krijgen op de prestaties met betrekking tot het Nederlandse textielafval is meer transparantie noodzakelijk. Dit zou gerealiseerd kunnen worden met een certificeringsystematiek vergelijkbaar zoals dit in de verpakkingsindustrie gebeurd.
  • Een Europese textielstrategie is noodzakelijk om goed in beeld te krijgen wat het weglekeffect is tussen landen.

Sparren over duurzaam textiel

Er is nog veel werk aan de winkel en deze monitoringssystematiek is hierin een eerste stap. Dit geldt voor zowel de textielketen als allerlei andere productketens. Als KplusV zijn we continu bezig om het vraagstuk bloot te leggen en zoveel mogelijk transparantie in de keten te creëren. Op basis daarvan kunnen concrete handelingsperspectieven worden geformuleerd naar verdere verduurzaming. Wil je meer weten over deze inzichten of sparren over praktische verbetering van de textielketen? Neem dan gerust contact op met Niels Ahsmann, Jutta van Ballegoijen, Guido Wiersum of Roel Bottema.

Download rapport

"Mijn kracht ligt in het herkennen van kansen voor bedrijven en overheden om hun activiteiten te verduurzamen"

Guido Wiersum, MsC

06 82 51 06 81

Waar staat KplusV voor?

Samen met onze klanten creëren wij innovatieve oplossingen voor vraagstukken die er maatschappelijk en economisch toe doen. We initiëren, adviseren en realiseren. Altijd onafhankelijk, gedreven en inspirerend. Onze kracht schuilt daarbij in onze aanpak: een stevige mix van bedenken, verbinden en doen.